
Schaduwdansers?
Je ziet op de dansvloer wel eens van die
opzichtige types. Met halsbrekende toeren, flitsende bewegingen en ook nog eens
de juiste kleding trekken ze de aandacht. Maar ergens anders op de dansvloer zie
je andere schuifelaars. Minder flitsend en trendy, maar wel in staat om maat te
houden. Wij hebben drie van dat soort tweewielers naast elkaar gezel Wie leidt?
Er zijn mensen die graag een 600 willen rijden, maar die zich geen R6, GSX-R of ZX-6R kunnen (of willen) veroorloven en die in half geklede fietsen als de Fazer, de Bandit S of (even een zijstap) eenHondaHornet niks zien. Voor die 600-liefhebbers zijn er dus de Kawasaki ZZR 600, de Suzuki GSX-F 600 F en ook de Yamaha YZF 600 Thundercat. Dit drietal heeft - weliswaar in verschillende perioden - een vergelijkbare levensgeschiedenis meegemaakt. Kawasaki was beretrots op de ZZR. De ZZR was duidelijk een graad sportiever dan de GPX (die na de GPz kwam) en Kawasaki kon weer een tijdje vooruit. Maar niets is veeleisender dan de mens (en niets concurrentiegevoeliger dan Japanse motorfabrikanten) en de ZZR moest een stapje terugdoen ten faveure van de ZX-6R. Nóg sportiever, nóg sneller gelijnd en (nóg) duurder. De Suzuki GSX600 F was Suzuki's reactie op de GPz en GPX-reeks. Door zijn niet alledaagse vormen was het wennen (hoewel sommige mensen dat nooit deden), maar de GSX-F werd een bestseller. Natuurlijk moest ook Suzuki ineens in 'De Race' en dus kwam de RF 600, nog sportiever, nóg sneller gelijnd en (nóg) duurder. Maar de GSX 600 F overleefde de RF, die lang niet de fabriek ervan had gehoopt én wat de machine had verdiend. Daarna moest de GSX-R 600 de fakkel overnemen en dat lukte aardig. En de GSX-F, hij rolde voort. Met de Yarnaha YZF 600 Thundercat lag het iets anders. De FZR 600 was zonder twijfel een klassefiets, maar slaagde er nooit in om de concurrentie onder de Honda CBR 600 F echt af te troeven. Daarom werd de YZF 600 -- de 'Cat' in de wandelgangen en op de snelwegen - gepresenteerd. Niet nóg sportiever, maar wel meer pk's, niet nóg sneller gelijnd, maar gewóón sneller en totaal anders gelijnd, en - inderdaad - wet duurder. De Cat bleek een fantastische allrounder, maar de scherpe Randjes miste hij. Die kreeg de YZF-R6 echter volop. En de Cat onderging een soort heropvoeding annex herpositionering die ook de ZZR en de GSX-F hadden mee doorgemaakt. Wat een stelletje losers... Maar niet heus.

Drie soortgenoten
Deze drie 600's hebben dus een
soortgelijke achtergrond, maar zijn toch - geven we meteen toe - totaal anders.
In de GSX-F is motorisch nog steeds heel veel te herkennen van de machine die in
1988 werd gepresenteerd, de ZZR is qua prestaties duidelijk de voorganger van
ZX-6R en de Cat is 'pas' vier jaar oud en dus nog heel goed bij de tijd, om het
zo maar te zeggen. Ander sterk punt van de yamaha is zijn prijs. Met fl 17.990,-
zit hij tussen de Suzuki (fl 16.499,-) en de Kawasaki (fl 19.498,-) in.
Overigens, met die krap achttien mille is hij fl 3.000,- goedkoper dan toen hij
voor het eerst in Nederland afgeleverd werd. Tót 1 mei 2000, dan wordt er weer
voor zo'n fl 2.000,- aan die prijs gesleuteld. Mag u raden hoe de Cat momenteel
verkoopt... De oudste van het drietal is de GSX 600 F. In 1988 presenteerde
Suzuki de 'oervader' van deze verkoophit, tien jaar later werd bij -
voornamelijk vormgevingstechnisch - grondig herzien. De Kawasaki en de Yamaha
zijn vloeistofgekoelde machines, maar de Suzuki is nog voorzien van een
luch-oliegekoeld viercilinderblok. Lijkt wat gedateerd, en is het natuurlijk
feitelijk ook. Niettemin zijn de luchtloliegekoelde blokken in de loop der tijd
enorm betrouwbaar gebleken (kijk ook maar eens in de sprint- en zijspanwereld en
verbaas je over het hoge gehalte GSX-R 1100-krachtbronnen). De Bandit werd
destijds technisch geënt op de GSX-F en dat geeft ook aan dat Suzuki vertrouwen
had in het concept, dat blijkbaar ook nog eens niet al te hoge eisen aan de
inhoud van een portemonnee stelt. De GSX 600 F was en is nog steeds een prettig
geprijsde motor. Dat werd niet anders toen in 1998 de opvolger kwam. Vergeleken
met de voorganger waren de technische veranderingen niet wereldschokkend. De
nieuwste generatie GSX-F is als het ware een verfijnde versie van de Bandit. De
GSX-F heeft dezelfde nokkenas als de Bandit, waarvan het stellen met houtjes in
plaats van met plaatjes gedaan wordt. De cilinders kregen een siliconcarbide
behandeling die de slijtvastheid van het geheel moet verhogen. Door dit proces
neemt de wrijving af en wordt de warmtegeleiding en warmteafgifte verbeterd. De
machine kreeg 1 mm kleinere carburateurs (nu van Mikuni, eerst van Keihin), maar
die werden wel voorzien van Throttle Position Sensors. Daardoor moet de reactie
op het gas worden verbeterd. Een grotere oliekoeler en (eindelijk) een
4-in-1-uitlaat maken de GSX 600 F technisch complëet. Door de strengere geluids-
en emissienormen heeft de Suzuki wel 6 pk en bijna 5,8 Nm koppel moeten
inleveren. Bij 10.500 toeren heeft de Suzuki nu 80 pk aan boord en bij 9.500 tpm
bedraagt het koppel 55,2 Nm. De vooruitgang heeft zo zijn prijs.
Werd de
GSX-F twee jaar geleden nog in het nieuw gestoken, de Kawasaki ZZR 600 loopt al
sinds 1993 volgens dezelfde 'dresscode', en de trekken van de eersteling uit
1990 zijn nog heel nadrukkelijk te her- kennen. Is zoiets te doorgronden van een
fabrikant die (net als de concurrentie, trouwens) bepaalde modellen elke twee
jaar naar de huiscouturier stuurt en andere (zoals ook de ZZR 250 en de 1 100,
maar ook de GTR 1000) jaren ongemoeid in hetzelfde kloffie laat rondbanjeren?
Slechts af en toe een ander likje verf en 'that's it'. Heeft ongetwijfeld te
maken met de geringe kosten. Hoewel, mag er dan iets van die prijs af? De
laatste grote technische verandering van de ZZR 600 stamt uit 1993. In het kort:
lichtere zuigers, zuigerpennen, krukas en klepbediening, gewijzigde
ontstekingscurve, nieuwe luchtfilterkast en uitlaatsysteem én een Twin Ram
Air-systeem (hoe hoger de snelheid, hoe meer lucht in de luchtfilterkast; in het
inlaattraject blijft benzinelluchtmengsel koeler). Resultaat van al die
wijzigingen was 2 pk winst. De ZZR haalde zo de 100 pk en daar zit hij zeven
jaar- gangen later nog steeds op. Destijds vooruitstrevend of tegenwoordig
achterhaald? Rijd met de ZZR en je bent ook anno nu nog geneigd om eerder het
eerste te voelen. Eén concessie heeft de 2000-editie (hoewel er niets veranderd
is, die laatste jaren) wel moeten doen. die 100 pk's worden nog steeds gehaald,
maar wel moeten er 500 toeren meer gedraaid worden. Ouderdom? Meer moeten doen
om hetzelfde te bereiken? Nee. Twee woorden. Milieu en emissie. U weet genoeg.
Rond het balhoofd en rond de achtervork werd de ZZR destijds versterkt, en in al
de jaren die volgden, bleven de veranderingen zeer beperkt. Ten- slotte kwam in
'96 de eerste ZX-6R uit de Kawa-koker, 5 pk sterker, 13 kilo lichter. De Yamaha
YZF 600 Thundercat werd in 1996 samen met de YZF 1 000 ThunderAce voorgesteld
als het nieuwe koppel sportievelingen. De Cat werd een zeer geduchte concurrent
van de Honda CBR 600 F en de andere vlaggenschepen in de supersportieve 600-
klasse, maar was net niet sportief genoeg. Te veel compromissen, misschien wel.
De Cat (en de Ace ook) is er voor de sportieve rijder die ook wel eens afstanden
wil rijden zonder 's avonds in Zuid-Frankrijk letterlijk nog gebukt te gaan
onder de gevolgen van een lange rit. Op het gebied van comfort zit het dus wel
goed met de Yamaha, maar het rijwielgedeelte mist dat kwikzilverachtige dat 600
R-en kenmerkt. Van- daar de vlijmscherpe R6, en vandaar die al genoemde
herpositionering - weer samen met de Ace. Slimme actie van Yamaha's
marketingmensen om zo als het ware eerherstel voor de Cat af te dwingen of om te
voorkomen dat hij in de vergetelheid zou geraken, het is maar hoe je het
bekijkt. Toch, wat betreft dat laatste, puur gebaseerd op zijn kwaliteiten zou
dat niet verdiend zijn. De Cat is in feite van een totaal andere generatie 600's
dan de GSX-F en de ZZR en zou daarom duidelijk boven de twee uit moeten
steken. Qua vermogen klopt de Yamaha de Kawa met 1/10e pk, op de weegschaal
blijft de Yamaha 8 kilo in het voordeel. Bekijk de weelderige vormen van de Cat
en je begrijpt dat je inderdaad over een andere periode uit de jaren negentig
praat.

Drie generaties
Als je met vooruitziende blik hebt
voorspeld dat de Suzuki geen schijn van kans heeft tegen de Kawasaki en de
Yarnaha, beschik je over een scherpe perceptie. Daarmee is echter nog niet
gezegd dat de GSX-F een kneusje is. De GSX-F is een no-nonsensefiets, een
tweewieler zonder pretenties voor de man/vrouw niet dezelfde levensinstelling.
Niet zaniken en zeuren, gewoon doen wat er van je verwacht wordt. Je stapt op de
GSX en je voelt dat het goed is. De clip ons zijn betrekkelijk laag geplaatst,
maar het succesvol afsluiten van een duikcursus is geen voorwaarde voor het
verkrijgen van een prettige zit op de Suzukl. Opvallend is die enorme 20 liter
tank, en daarmee steekt de Suzuki in leder geval de concurrentie de loef af.
Gefeliciteerd. Starten doet de GSX-F netjes; even de choke erbij en bij loopt.
Het mechanisch geluid dat er vanachter die hele polyesterpartij komt, is vrij
fors, het motorgeluid zelf is onopvallend. Zoals het bij de motor past. Over een
flitsende acceleratie beschikt de GSX niet. Hij reageert keurig op het gas en
gaat redelijk vooruit, maar geen moment heb je zoiets van 'wow', heftig!'. Het
gaat allemaal heel geleidelijk zonder een enkele plek of een tussensprintje. Het
prettigst voelt de Suzuki zich thuis boven de 7.000 toeren, maar rond de 9.500
heeft hij zijn beste tijd gehad. Bij 11.500 geeft de toerenbegrenzer aan dat je
wel van alles kunt willen, maar dat je soms je zin gewoon niet krijgt. Schakelen
dus. En dat doet de GSX niet superlicht, maar wel netjes. Er zijn Suzuki's die
beter schakelen, maar er zijn heel veel motoren die minder hoog scoren dan de
GSX-F Wanneer je de gang er goed in wilt houden, is het zaak om vaak te
schakelen, want de viercilinder heeft tussen de 4.000 en 7.000 toeren een soort
'hol' vermogen dat hard gaan bijna tot een uit- daging maakt. Natuurlijk kun je
zonder problemen kruisen met een snelheid van 150 km/u, maar spektakel moet je
niet verwachten van de Suzuki. Daarvoor moet je echt bij de andere twee zijn. Om
te beginnen dan bijvoorbeeld bij de Kawa. Tien jaar oud en wel goed voor 100 pk.
Dat is bijna te merken als je de sleutel in het contact omdraait en de choke
open staat. Loei, loei, loei! Hier staat een Kawa van de oude stempel en oude
(voor-) oordelen komen weer bovendrijven. Maar als de choke zijn werk heeft
gedaan, gaat de ZZR zonder nukken aan het werk. Vol enthousiasme, mag je zelfs
zeggen, want nog steeds na al die jaren merk je dat de ZZR knap giftig is zonder
piekerig te worden. De sprint op de eerste meters is bijna goed voor Olympisch
goud (zie ook de meetgegevens!) en de Kawa wil best met grote stappen vooruit.
Met het koppel is weinig mis, alleen rond de 3.500 tpm zit een deukje, wat er
volgens een Kawa-technische man niet hoort te zitten. Kwestie van
carburateursynchronisatie, denkt hij. Veel power heeft de Kawa ook nog helemaal
bovenin, dus nog boven de 9.000 toeren. Dat maakt hem nog steeds tot een
waanzinnig spannend feestbeest, ondanks al het andere pk-geweld dat hem
inmiddels overvleugeld heeft. 'Gáán' lijkt er op het kloppend viereilinderhart
van de ZZR geschreven te staan. De Kawa wil wel de zesbak schakelt feilloos en
hoewel de zitpositie niet ultrasportief is, nodigt het geheel toch uit tot eh...
sportief rijgedrag. Wil je dat niet, dan kun je ook nog lekker relaxed met de
ZZR knorren. Het blok heeft wel zoveel potentie dat je oog in oog met een
multitonner niet hoeft te wanhopen. En komt die toch nabij (allebei, dus) dan
doet een tikkie terug wonderen. De Kawa springt en gaat, en laat zijn ware -
sportieve - aard zien. Is het rijden met de ZZR - en in mindere mate met de GSX
- een soort hernieuwde kennismaking met een oude bekende, dan kun je van de
eerste rit op een Cat meteen zeggen: precies wat ik me er van herinner. En dat
is een magnifiek gorgelend geluid, een heerlijk blok dat prachtig oppakt en een
dot vermogen heeft, een stroomlijn die veel bescherming biedt, een zitpositie
die aangeeft dat er verder werd gekeken dan de raceneus lang was en een stel
remmen die geulen kunnen graven Maar daarover later. Er komt zonder protest
leven in de brouwerij en de zesbak schakelt goed, maar het inschakelen van de
eerste twee versnellingen gaat niet zonder geluid. Van de drie heeft de Yamaha
duidelijk het meest koppelkrachtige blok en - daardoor - ook de beste
allround-eigenschappen. Het kan flitsend met het gas tegen de stuit en de
linkervoet onder en op het schakelpedaal, maar het kan ook niet de blik op
oneindige vlakten en ander schoons, terwijl de toerenteller en snelheidsmeter in
de linkerhelft van de klokkenpartij staan. Kortom, over de vier cilinders niets
dan goeds.

Spierkracht en souplesse
Het rijwielgedeelte van de
GSX-F past bij het hele karakter van de fiets. De Suzuki heeft een stalen dubbel
wiegframe, een instelbare doch weinig spectaculaire voorvork (met 41 mm diameter
vorkpoten), een achterschokdemper waarvoor hetzelfde geldt en met Michelin
Macadams een paar rubbers die het moeten hebben van kilometers maken. Een
balhoofdshoek van 25,3 graden, een naloop van 99,5 mm en een wielbasis van 1.470
mm bevestigen dat je geen ronderecords zult breken met deze Suzuki. Het
gewicht van 200 kilo werkt dan ook niet echt mee. Oké, beter dus maar geen
vergelijking met de andere twee. De GSX-F dan gewoon even apart genomen? Nou,
ook niet helemaal-, al is het alleen maar om de verschillen met de Kawasaki en
de Yamaha te onderstrepen. De eerste kennismaking met het stuurkarakter van de
GSX-F leert namelijk dat hij echt gestuurd moet worden. Het vergt meer kracht
dan op de andere twee, terwijl hij soms ook weer de neiging vertoont om een
bocht in te vallen. Wanneer je hard wilt sturen met de GSX, moet je ook
spierkracht aanwenden. Het is geen vanzelfsprekendheid om de Suzuki van links
naar rechts te gooien. Het lijkt alsof hij telkens over een soort zwaar punt
heen geleid moet worden. Rechtuit gaat het allemaal zonder commentaar, maar in
de bochten merk je de beperkingen van het 'prijsbewuste' concept. Dat is iets
waar je je van bewust moet zijn wanneer je denkt met de GSX een strak sturende
600 in huis te hebben gehaald. Hij heeft een hekel aan strepen op de weg en
lengterichels en in snelle bochten geeft het frame blijk van wat beweging,
hoewel je niet echt bang hoeft te zijn om de controle kwijt te raken. Zo'n fiets
is de GSX gewoon niet, net zo min als dat het een supersporter is. De 290 mm
remschijven in het GSX-voorwiel (de kleinste van de drie) zijn er ook niet
geheel op berekend. Ze zijn in orde maar meer dan een nette 7 zit er niet in.
Mag het wat kalmer aan, dan zul je weinig aan te merken hebben op de GSX. Dan
stuurt hij voorspelbaar, is diezelfde vering die daarnet te slap was, plotseling
prettig comfortabel. Nog een opmerking over de ruit. Die biedt over het geheel
voldoende bescherming, maar er is duidelijk sprake van turbulentie wanneer je
achter andere weggebruikers rijdt. De Kawasaki gaat overal een stapje (of twee)
verder. Dat begint al met dat vermogen en die acceleratie en in het verlengde
daarvan ligt als het ware het rijwielgedeelte. Het staal van de Suzuki heeft op
de Kawasaki plaatsgemaakt voor aluminium, de 41 mm vorkpoten zijn instelbaar,
net als de achterschokdemper, maar de framematen vertellen een wat ander (en
sportiever) verhaal dan de Suzuki. De balhoofdshoek is 24,5 graden, de naloop
bedraagt 96 mm en de wiel- basis is met 1.430 mm toch 4 cm korter dan de GSX.
Een gewicht van 195 kilo (toch ook niet extreem licht) en Bridgestone BT
50-banden (breder en platter dan de Suzuki-Michelins) maken het plaatje rond en
het raggen kan beginnen. Want raggen moét je bijna wel met de ZZR. Hij moet door
zijn toeren gejaagd worden en de remmen moeten aan het werk. Dat willen ze, want
de 300 mm schijven happen als piranha's en zijn vasthoudend als pitbulls. De
bescherming van de stroomlijn is niet slecht, maar verwacht geen al te hoge
cijfers van het geheel. Die moet hij scoren door het totaalpakket waarbij het
blok hoge ogen gooit. Het sturen met deze gifkikker gaat lekker, maar toch geeft
ook de ZZR in snelle bochten als het ware een slinger na. In het korte werk is
de Kawa echter erg koersvast. Je kunt de ZZR zonder veel kracht vlijmscherp
sturen en met de geringste inspanning is hij ook van zijn lijn af te brengen.
Remmen in een bocht kan echter tot gevolg hebben dat de machine zich opricht,
dat soort acties moet je dus voor zijn. In de stad laat hij zich makkelijk
sturen. Minder is het gesteld met de rechtuitstabiliteit. Heel vaak heb je het
gevoel dat er een constante beweging in het frame zit, een gevoel dat nooit
lekker is. De veringelementen zouden hier de boosdoeners kunnen zijn, maar het
vergt veel tijd en geduld om tot een compromis te komen. De Yamaha is de
nieuwste van het drietal en dat is in meer opzichten te zien. Bijvoorbeeld
alleen al aan het prachtige (weliswaar stalen) Deltabox-frame en de maten die
daarbij horen. Met een wielbasis van 1.415 mm is hij de kortste, de naloop van
97 mm zit tussen de Suzuki en de Kawa in en dat geldt ook voor de balhoofdsboek
van 25 graden. Extreem is de Cat niet, maar door het lagere gewicht van 187 kilo
en de keuze van Metzeler MEZ1-banden is duidelijk dat het hier om de sportiefste
van de drie gaat. Een paar briljante stoppers in het voorwiel illustreren dat
ook nog eens. Het sterke punt van de Cat is dat je erop stapt en je je meteen
lekker voelt. Hoewel de voorkant misschien wat zwaar aanvoelt, stuurt hij heel
precies en nooit onverwacht. De ruit op de stroomlijn zorgt dat je ook bij heel
hoge snelheden nog behoorlijk beschut zit en het verbruik is zodanig dat de
Yamaha je door benzinekosten niet tot de bedelstaf zal brengen. Bij
ultrasportief stuurwerk moet de Cat toegeven op de jongste generatie 600's, maar
ten opzichte van de ZZR en, de GSX is de Cat superieur als het gaat om
stuurprecisie en stabiliteit. Je kunt erg hard rijden en sturen met de Yamaha,
maar het uitstekende rijwielgedeelte en die niet genoeg te roemen remmen houden
je heel vaak uit de problemen. Naast een hele lading pluspunten werden we deze
test weer geconfronteerd met het 'gevoelige' karakter van de YZF. De
carburateurs van de Yamaha zijn namelijk gevoelig voor regen en kou. Dat kan
stotteren en inhouden tot gevolg hebben. Gelukkig is het van heel tijdelijke
aard.
Wie leidt
Heel erg verwonderlijk is de uitslag van deze
test niet. De Suzuki GSX 600 F kwam alleen in aanmerking voor de hoofdprijs ais
het zou gaan om de aanschafprijs. Geen slechte motor, zeker niet, maar net zo
zeker wel de minste van de drie. Dan blijven er twee machines over en de vraag
blijft 'wie leidt?'. De Kawasaki ZZR 600 is een klasse beter dan de Suzuki, maar
is ook van een generatie later, zeg maar. De Yamaha is een exponent van de
generatie ná de ZZR en dat is de reden dat hij de Thundercat niet kan kloppen;
de tijd heeft - vooral in de 600-klasse - niet stilgestaan. Maar ook tien jaar
na zijn introductie en zeven jaar na zijn laatste grote opfrisbeurt is de ZZR
nog wel degelijk een heerlijk apparaat. Met scherpe randjes en eigenaardigheden
(zoals dat gedrag bij rechtuitstabiliteit) maar het weerzien met de Kawasaki is
me meer dan meegevallen, ja zelfs heel goed bevallen. Oké, bij oogt misschien
wat gedateerd. Maar er zijn oudere jongeren die op de dansvloer weer helemaal
opbloeien. Geldt ook voor de Kawa. Zuiver op punten is de Yamaha YZF 600
Thundercat de winnaar. Een absolute klassemotor die in het supersportieve
600-segment buiten de boot is gevallen (mede door de introductie van de R6,
natuurlijk), maar ook daarna heeft de Cat nog volop bestaansrecht Een echte
allrounder die van alles veel kan én ook nog eens heel redelijk met de brandstof
omspringt. In de schaduw kan het goed dansen zijn. Als je maar de juiste partner
hebt. Tekst. Frank Weeink Fotografie Guus van Goethem

Datalogsessie Kawasaki vs Suzuki vs Yamaha
De GSX is erg
arm in het middengebied tijdens acceleratie. Je voelt goed dat do motor niet
vlot wil optrekken. Ook het koppel laat daardoor een holte tussen 4.000 en 7,000
tpm zien. De ZZR is gewoon terug van weggeweest. Er is niets veranderd sinds
1997. Hij heeft last van een dipje als je bij toerentallen rond de 6,000 tpm
optrekt. Ook bier weer bet mengsel. De YZF heeft het beter voor elkaar. Door het
pittig oplopende koppel tot 10.500 tpm(!) voelt bij sterk aan bij optrekken. Als
we de vermogens bekijken kun je stellen dat zowel Suzuki als Kawasaki het doen
met relatief oude motorblokken en de daarbij horende vermogens. De Yamaha is de
jongste van het stel en heeft dan ook verreweg het meeste paardenkrachten aan
boord. Starten van een koude motor doet de Yamaha het best, gevolgd door de
Suzuki. Kawasaki plaagt je nog steeds met een hoog toerental dat eerst even
moeilijk te controleren is. Het blijft wennen...
Tekst. Joost
Jochems

Herma Egberts geeft haar vrouwelijke mening:
Rij-indruk ZZR 600
vs GSX 600 F vs Thundercat
Als je deze drie motoren naast elkaar
zet, valt mij als eerste het uiterlijk van de Cat op. Deze vind ik veruit de
mooiste van het stel. Maar smaken verschillen en het gaat hier om de
rijkwaliteiten. Qua zithouding en -hoogte verschillen ze weinig van elkaar,
alledrie zitten ze ontspannen en ik kan bij allemaal de voeten plat op de grond
zetten, wat bij de Kawa nog het gemakkelijkst gaat. De Cat lijkt zwaarder te
'rollen', waardoor even voor- of achteruit manoeuvreren moeilijker gaat. De Kawa
is de enige met een verstelbaar koppelingshendel. Een pluspunt, want bij de Soes
zou ik de hendel graag een tandje kleiner willen stellen. Die van de Cat lijkt
op maat gemaakt, maar gaat, net als die van de Kawa, wel weer wat zwaarder. Bij
de Cat vond ik het aangrijpingspunt van de koppeling moeilijker te bepalen. In
de directe rijvergelijking komt de Soes achteraan te staan, omdat bij niet het
vermogen heeft van zijn testkameraden. Maar bij ontpopte zich als een leuke
toer- en woonwerkf iets. De voorrem zou van mij wat krachtiger mogen. Ook moest
ik wennen aan het stuurgedrag. Hij reageert toch iets anders bij het insturen
van korte bochten. De Kawa zat meteen goed, maar ik rijd zelf een 192-versie,
waardoor ik niet hoefde te wennen. Alles zit op de goede plek. Het schakelen
gaat soepel, maar met de nodige geluiden gepaard, iets wat me ook opviel bij de
Cat. Die doet qua rijgedrag zeker niet voor de Kawa onder; wil je rustig toeren,
dan kun je rekenen op een ontspannen rit. Heb je haast, dan ben je er op de Cat
het snelst.
Duo-indruk ZZR 600 vs GSX 600 F vs Thundercat
Door de
stand van de voetsteunen zit je als duo op alledrie even comfortabel. De Soes
heeft een zeer gladde buddy en dat betekent hard werken achterop, om niet steeds
tegen de bestuurder aan te schuiven. Gelukkig werkt de handgreep per. fect.
Genoeg ruimte om je vingers tussen motor en greep te houden. De groep loopt ook
behoorlijk ver naar voren, zodat je tientallen verschillende manieren kunt
bedenken om het jezelf gemakkelijker te maken. De tank is door zijn vorm niet te
gebruiken om tijdens het remmen tegen af te zetten. Want dan zit je met je helm
in de nek van de bestuurder. Voor belden niet echt prettig. Ook de tank van de
Cat zit te ver weg. Die van de Kawa is bruikbaar, maar dan ook alleen omdat de
handgreep totaal geen optie blijkt. Deze heeft op het eerste oog dezelfde vorm
als die van de Soes, maar doordat de greep veel smaller is, vind ik niet genoeg
houvast. Oftewel, de Kawa verliest het in deze rechtstreekse strijd. De Cat is
totaal anders, met twee handgrepen schuin achter geplaatst. Dit blijkt perfect
te werken. Temeer omdat deze van stroef rubber gemaakt zijn, waardoor je goede
grip hebt. De stepjes van de Cat zijn erg klein, maar doordat het metalen
oppervlak van de stepjes uit een soort stekels bestaat, blijven je voeten wel op
de gekozen plaats 'plakken'. Het stoort mij dat ik bij de Cat met mijn bak op de
uitlaat kom. De Kawa en de Soes hebben voor de richtingaanwijzer een linker- én
rechterlampje op het dashboard. Dit geeft je als duo de mogelijkheid beter te
anticiperen bij het naderen van een bocht. Qua windbescherming achterop merk ik
niet veel verschil. Doordat je bij de Cat en de Soes achteraan vasthoudt en
daardoor meer rechtop zit vang je wel meer wind. Bij de Soes heb je daarbij het
beste zicht over de schouder van de bestuurder, maar ook bij beide andere
motoren heb ik daarover niets te klagen.
Duo-cijfer Kawasaki: 6 Duo cijfer
Suzuki: 8 Duo-cijfer Yamaha: 8

Testperikelen
Bij Yamaha Nederland had men er even niet
op gerekend dat de Thundercat nog ergens in een test zou verschijnen. Dus moest
nog ergens bij een welwillende dealer een Cat vandaan gevist worden. Suzuki
zorgde voor een (gebruikte) GSX-F via Duine Motors in Bergen op Zoom en bij
Kawasaki word de hele zaak gemobiliseerd om een ZZR in recordtijd in te rijden.
Hulde en dank. Maar niet altijd gaat alles volgens plan. Dat blijkt als ik op de
Cat naar huis rijd en een auto voor mij wil inhalen. De automobilist heeft
hetzelfde plan met de auto voor hem en zet zijn manoeuvre in als ik ter hoogte
van zijn deur ben. Claxonneren helpt niet, wrijven evenmin. De automobilist
houdt stug vol en ik moet de natte berm in, mis op een haar na een verkeersbord
(de spiegel raakt hem wel....), vlieg over een zijweg (waar gelukkig niemand
staat te wachten), kom weer de berm in en val alsnog om, zo'n 2 meter van een
niet ondiepe sloot, Ik voel gauw, alles beweegt nog - inclusief de automobilist
die niet alleen zijn linkerspiegel niet kan vinden, maar ook zijn rem niet. Tja,
daar lig je dan, zonder persoonlijke schade, maar met een zwaar gehavende Cat,
Eén automobilist (van een hele reeks) neemt de moeite om te stoppen en helpt de
motor overeind te zetten. Ja, hij heeft gezien wat er gebeurde, maar ik ben veel
te verbouwereerd om zijn telefoonnummer te vragen... Yamaha regelt bij Termaat
Motoren in Nijmegen een piekfijne gebruikte Cat f 13.000,- in zeer goede staat,
33.000 km op de klok) voor de fotosessie. Dank! Verder alles goed? Nee, want bij
het inrijden in de bus blijkt de onderkuip van de Kawa lager dan verwacht.
Gevolg: gescheurde onderkuip (zie voor de ongein even het kader
Onderdelenprijzen...) en de oogjes aan de zijdelen van de kuip ook afgebroken...
Kost veel geld, en dan heb je de '600'- stickers nog niet eens... Vandaar ook op
de foto's een ZZR zonder 600. Met de Suzuki? Is het allemaal goed gegaan...
Motor 5, maart 2000




